Verhalen over het boerenleven op de Noordoost-Veluwe 

“Mijn opoe en opa hebben een boerderij op het Vlekkertseveld, dat  ‘de Snarrewiend’ heet.HP Gerrit de Wilde 2.1 Deze boerderij is in 1923 gebouwd op een plek waar al een boerderij heeft gestaan. Het wordt een Saksische boerderij met voorhuis, gôte, keuken, kamer met bedsteden. In het achterhuis zijn aan beide kanten de stal voor het vee te vinden. Het kookhuis van de oude boerderij hebben ze laten staan en is ouder dan de boerderij. Opa is aannemer en opoe runt het boerenbedrijf. Zij hebben 12 tot 14 koeien, wat voor die tijd behoorlijk veel is. Hun zoon en mijn vader Hendrik is in zijn hart eigenlijk boer, maar neemt op 16-jarige leeftijd het metselbedrijfje van zijn vader over en is op die manier in het aannemersvak gerold. Hij en zijn vrouw Janna van Westerveld wonen ook op het Vlekkertseveld vlak bij opoe en opa. Ze hebben in 1937 een burgerwoning gebouwd, maar dan wel één met een stal eraan om vee te kunnen houden. Ik ben als kleine jongen vooral op de boerderij van mijn grootouders te vinden en daar heb ik mooie herinneringen aan”.

Zo begint het verhaal van onze vrijwilliger Gerrit de Wilde over zijn herinneringen aan zijn jeugd.

Het is de inleiding van één van de veertien verhalen, die zijn verteld door mensen, die geboren, gewoond en gewerkt hebben op een boerderij of die met boeren in aanraking kwamen, omdat ze bijvoorbeeld dierenarts of molenaar zijn geweest. Deze veertien verhalen zijn het resultaat van het project “oral history”. Dat project wordt eind maart afgerond. De verhalen zullen in een boek over de geschiedenis van de landbouw op de Noordoost-Veluwe opgenomen worden. Het wordt geschreven door Henri Slijkhuis. Het is de bedoeling, dat het boek samen met de historische vereniging Ampt Epe wordt uitgegeven en begin volgend jaar zal gaan verschijnen.